stofferen
werkwoord /stɔˈferə(n)/Betekenis
- de bekleding van een voorwerp met textiel, eventueel met een veerkrachtige vulling eronder
- inrichting van een ruimte
- iets levendiger en voller maken door er zaken aan toe te voegen
Hoe spreek je stofferen uit?
/stɔˈferən/
Stofferen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stofferen
stofferenhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met stof bekleden’ voor het eerst aangetroffen in 1430
Woordfamilie van stofferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoffeer | woordvorm | stofferen |
| stoffeerde | woordvorm | stofferen |
| stoffeerden | woordvorm | stofferen |
| stoffeert | woordvorm | stofferen |
| stoffere | woordvorm | stofferen |
| stofferend | woordvorm | stofferen |
| stofferende | woordvorm | stofferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stofferen zijn vastgelegd.