kinderkleren
zelfstandig naamwoord ˈkindərˌklerə(n)Betekenis
- verzamelterm voor lichaamsbedekking die door mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar wordt gedragen
Hoe spreek je kinderkleren uit?
/ˈkindərˌklerən/
Kinderkleren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| i | riet |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kinderkleed | |
| kinderkleertje | verkleinwoord |
| kinderkleertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kinderkleed
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kinderkleed | |
| kinderkleertje | verkleinwoord |
| kinderkleertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
alleen meervoud samenstelling van kind zn en kleren zn met het invoegsel -er-
Woordfamilie van kinderkleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kinderkleertjes | verkleinwoord | kinderkleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kinderkleren zijn vastgelegd.