Verkleinwoorden vormen: -je, -tje, -pje of -etje?
Een verkleinwoord maak je met de uitgang -je, -tje, -pje, -etje of -kje, zoals in huisje, stoeltje en balletje. Op deze pagina leer je welke uitgang bij welk woord hoort, hoe de laatste klank van het woord de keuze bepaalt en welke uitzonderingen je moet onthouden. Met enkele voorbeelden per uitgang kun je ze zonder twijfel toepassen.
Door Maarten Soetens
De uitgangen -je, -tje, -pje en -etje
De uitgang van een verkleinwoord hangt af van de laatste klank van het woord. Er zijn vier hoofdvormen. Spreek het woord uit en let op de laatste klank en op de klinker ervoor. Dat zijn de twee gegevens die je nodig hebt.
- -je staat na woorden die eindigen op b, d, f, g, k, p, s, t, v of z: boek – boekje, hond – hondje, huis – huisje, kaart – kaartje.
- -tje staat na l, n of r met een lange klinker of tweeklank ervoor, en na een toonloze lettergreep: stoel – stoeltje, maan – maantje, tafel – tafeltje. Ook na een klinker of w staat -tje: ei – eitje, sneeuw – sneeuwtje.
- -pje staat na een m met een lange klinker, tweeklank of toonloze lettergreep ervoor: boom – boompje, bloem – bloempje, bezem – bezempje.
- -etje staat na een korte beklemtoonde klinker met l, n, r, m of ng erachter. De medeklinker verdubbelt dan: bal – balletje, man – mannetje, ring – ringetje.
Heeft het woord na de korte klinker meer dan één medeklinker, dan schrijf je gewoon -je: hand – handje en kast – kastje. Deze regels gelden voor bijna alle woorden. Een goede gewoonte is om het verkleinwoord hardop te zeggen. Klinkt baltje niet goed, dan weet je dat er een -etje nodig is. Dat werkt ook bij andere woorden.
Voorbeelden van verkleinwoorden
Hieronder zie je voor elke uitgang voorbeelden. Bij elk woord staat waarom die uitgang past.
- boekje krijgt -je, omdat het woord op een k eindigt.
- hondje krijgt -je, omdat het woord op een d eindigt.
- stoeltje krijgt -tje, omdat er een lange klinker voor de l staat.
- tafeltje krijgt -tje, omdat de laatste lettergreep toonloos is en op -el eindigt.
- boompje krijgt -pje, omdat het woord op een m met een lange klinker eindigt.
- bloempje krijgt -pje, omdat de lange oe-klank voor de m staat.
- balletje krijgt -etje, omdat er een korte klinker voor de l staat.
- mannetje krijgt -etje en een dubbele n, omdat de korte a kort moet blijven.
- handje krijgt -je, want na de korte a staan twee medeklinkers.
- deurtje krijgt -tje, omdat er een lange klank voor de r staat.
- briefje krijgt -je, want de f verandert niet in een v, zoals in het meervoud brieven.
- eitje krijgt -tje, omdat het woord op een klinker eindigt.
- ringetje krijgt -etje, omdat de korte i beklemtoond is en de medeklinkers ng volgen.
Let bij elk woord op de laatste klank en op de klinker ervoor. Met die twee gegevens kies je bijna altijd meteen de goede uitgang. Oefen dit met woorden uit je eigen omgeving, zoals tafel, deur en kopje, tot je de uitgang vanzelf hoort.
Uitzonderingen en bijzonderheden
Bij sommige woorden verandert de klinker in het verkleinwoord. Dat zijn uitzonderingen die je moet onthouden: glas – glaasje, schip – scheepje, gat – gaatje en pad – paadje. In deze woorden wordt de klinker lang.
Woorden op een onbeklemtoond -ing krijgen vaak -kje: koning – koninkje en woning – woninkje. Heeft het woord op -ng een korte beklemtoonde klinker, dan krijg je -etje: ring – ringetje en ding – dingetje.
Een verkleinwoord kan ook een eigen betekenis hebben. Een broodje is bijvoorbeeld een belegd stuk brood en niet altijd een klein brood. Bij zulke woorden kijk je naar de betekenis in de woordenlijst, maar de spelling volgt dezelfde regels.
Let ook op deze punten:
- Een verkleinwoord is altijd een het-woord: het huisje, ook als het grondwoord een de-woord is.
- Het meervoud eindigt altijd op -s: huisjes, stoeltjes en balletjes.
- De f en s veranderen in het verkleinwoord niet in v en z: schrijf briefje en huisje.
- Een paar verkleinwoorden zijn een eigen woord geworden, zoals meisje.
Twijfel je over een uitzondering, zoek dan het verkleinwoord op in de officiële woordenlijst. Die geeft bij ieder woord de juiste vorm. Verkleinwoorden zijn handig om te oefenen, want je gebruikt ze veel. Denk aan een kopje koffie, een boekje lezen en een klein stukje. Zeg ze hardop en controleer de uitgang.
Veelgestelde vragen
Is het balletje of baltje?
Het verkleinwoord van bal is balletje. De a is kort en wordt beklemtoond, en de klinker wordt gevolgd door één l. In dat geval krijg je de uitgang -etje, en wordt de l verdubbeld. Hetzelfde zie je bij mannetje en karretje. Bij handje staan er twee medeklinkers achter de klinker, dus daar schrijf je gewoon -je.
Wat is het verkleinwoord van woorden op -ing?
Dat hangt af van de klemtoon. Heeft het woord een onbeklemtoonde uitgang -ing, dan krijg je -kje: koning wordt koninkje en woning wordt woninkje. Heeft het woord een korte beklemtoonde klinker voor -ng, dan krijg je -etje: ring wordt ringetje en ding wordt dingetje. Zoek de vorm bij twijfel op in de woordenlijst.
Welk lidwoord hoort bij een verkleinwoord?
Bij een verkleinwoord hoort altijd het lidwoord het. Je zegt dus het huisje, het stoeltje en het balletje. Dat geldt ook als het grondwoord een de-woord is, zoals de stoel en het stoeltje. In het meervoud krijgt elk verkleinwoord -s, dus de huisjes. Het meervoud gebruikt het lidwoord de.