dompelaar
zelfstandig naamwoord ˈdɔmpəˌlarBetekenis
- iets wat in een vloeistof wordt ondergedompeld
- warmtespiraal die in een hoeveelheid vloeistof gezet kan worden om die te verwarmen
- bepaald soort watervogel, duiker
Hoe spreek je dompelaar uit?
/ˈdɔmpəˌlar/
Dompelaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- voorwerp of onderdeel dat in een vloeistof wordt ondergedompeld
- benaming voor watervogels die helemaal onder water duiken, zoals duikers en futen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dompelaars | meervoud |
| dompelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| dompelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van dompelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van dompelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dompelaars | meervoud | dompelaar |
| dompelaartje | verkleinwoord | dompelaar |
| dompelaartjes | verkleinwoord meervoud | dompelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dompelaar zijn vastgelegd.