kuiken
zelfstandig naamwoord ˈkœykə(n)Betekenis
- jong hoen, of meer algemeen: donzig jong vogeltje
- onnozel of dom persoon
Hoe spreek je kuiken uit?
/ˈkœykən/
Kuiken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| œy | huis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- licht onnozel of dom persoon figuratively, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kuikens | meervoud |
| kuikentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kuikentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘jong van een kip’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van kuiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kuikens | meervoud | kuiken |
| kuikentje | verkleinwoord | kuiken |
| kuikentjes | verkleinwoord meervoud | kuiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuiken zijn vastgelegd.