schrikkeljaar
zelfstandig naamwoord ˈsxrɪkəlˌjarBetekenis
- een jaar met 366 dagen
Hoe spreek je schrikkeljaar uit?
/ˈsxrɪkəlˌjar/
Schrikkeljaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schrikkeljaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schrikkeljaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| schrikkeljaren | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘jaar dat met een dag verlengd is’ voor het eerst aangetroffen in 1301
Woordfamilie van schrikkeljaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schrikkeljaartje | verkleinwoord | schrikkeljaar |
| schrikkeljaartjes | verkleinwoord meervoud | schrikkeljaar |
| schrikkeljaren | meervoud | schrikkeljaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrikkeljaar zijn vastgelegd.