leugenaar
zelfstandig naamwoord ˈløɣəˌnarBetekenis
- iemand die liegen|liegt
Hoe spreek je leugenaar uit?
/ˈløxəˌnar/
Leugenaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ø | deur |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die bewust dingen zegt die niet waar zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leugenaars | meervoud |
| leugenaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leugenaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van leugen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van leugenaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leugenaars | meervoud | leugenaar |
| leugenaartje | verkleinwoord | leugenaar |
| leugenaartjes | verkleinwoord meervoud | leugenaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leugenaar zijn vastgelegd.