bidden
werkwoord ˈbɪdə(n)Betekenis
- in gebed zijn, een godheid iets vragen
- dringend iets vragen, smeken
- (van vogels) klapwiekend stilhangen in de lucht
Hoe spreek je bidden uit?
/ˈbɪdən/
Bidden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iemand dringend/met klem iets vragen, smeken unergative
- klapwiekend stilhangen in de lucht unergative
Vervoeging van bidden
biddenhele werkwoord — badverleden tijd enkelvoud — badenverleden tijd meervoud — gebedenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bid | bad |
| jij | bidt | bad |
| hij, zij, het | bidt | bad |
| wij | bidden | baden |
| jullie | bidden | baden |
| zij | bidden | baden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bad | verleden tijd |
| bid | gebiedende wijs |
| bidde | aanvoegende wijs |
| biddend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebeden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebeden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebeden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebeden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebeden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebeden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebeden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebeden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebeden | verleden tijd, deelwoord |
| gebeden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebeden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebeden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bidden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebeden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bidden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bidden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
erfwoord van Oudnederlands biddon. Proto-Germaans *bed-jan-. Verwant met Duits bitten ww , Oudfries bidda, Oudhoogduits bidjan/bidan. Verdere herkomst onzeker; ofwel van Indo-Europees *gwhedh- ("verzoeken/verlangen/begeren"), of van *bhedh- ("buigen") of van *bheidh- ("dwingen"), in dit laatste geval ook verwant met Latijn fidere.
Woordfamilie van bidden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| badt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | bidden |
| bid | gebiedende wijs | bidden |
| bidde | aanvoegende wijs | bidden |
| bidt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bidden |
| bids | meervoud | bid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bidden zijn vastgelegd.