haar
bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord harBetekenis
- bezit aanduidend door een 3e persoon vrouwelijk enkelvoud
- bezit aanduidend door 3e persoon vrouwelijk meervoud
- accusatief van zij, derde persoon enkelvoud
- datief van zij, derde persoon enkelvoud
- hoofdhaar, uitgroeisel van het epidermis dat delen van het hoofd bedekt
- haren, uitgroeiselen van het epidermis bij zoogdieren die delen van of het gehele lichaam bedekken
- een enkele uitgroeisel van het epidermis bij zoogdieren
- plantenhaar, uitgroeisel op de opperhuid van planten
- haar
Hoe spreek je haar uit?
/har/
Haar bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| r | rood |
bezittelijk voornaamwoord — possessive
- bezit aanduidend door een derde persoon vrouwelijk enkelvoud
- bezit aanduidend door derde persoon vrouwelijk meervoud obsolete
Verbuiging en vervoeging (bezittelijk voornaamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] haar | canonical |
persoonlijk voornaamwoord — person
- datief of accusatief van derde persoon meervoud obsolete
Verbuiging en vervoeging (persoonlijk voornaamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] haar | canonical |
zelfstandig naamwoord — neuter
- geheel van uitgroeisels van de epidermis bij zoogdieren die delen van of het gehele lichaam bedekken
- plantenhaar, geheel van uitgroeisels op de opperhuid van planten
- elk afzonderlijk uitgroeisel van de epidermis bij zoogdieren, vezel uit de beharing
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haren
- gebiedende wijs van haren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haren
Vervoeging van haar
haarhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] haar | canonical |
zelfstandig naamwoord
- hogere zandrug op de heide
Woordfamilie van haar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haartje | woordvorm | haar |
| haartjes | meervoud | haar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haar zijn vastgelegd.