bazaar
zelfstandig naamwoord ba'zarBetekenis
- een (vaak overdekte) markt
Hoe spreek je bazaar uit?
/baˈzar/
Bazaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| z | zon |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bazaars | meervoud |
| bazaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bazaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Perzisch, in de betekenis van ‘marktplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1572
Woordfamilie van bazaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bazaars | meervoud | bazaar |
| bazaartje | verkleinwoord | bazaar |
| bazaartjes | verkleinwoord meervoud | bazaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bazaar zijn vastgelegd.