beeldenaar
zelfstandig naamwoord ˈbeldəˌnarBetekenis
- wat op een rondel is geslagen, de afbeelding op een munt, penning of ereteken
- het portret van een regerend vorst of vorstin op een postzegel
Hoe spreek je beeldenaar uit?
/ˈbeldəˌnar/
Beeldenaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- afbeelding die op een rondel is geslagen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beeldenaars | meervoud |
| beeldenaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beeldenaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van beeld met het achtervoegsel -enaar
Woordfamilie van beeldenaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beeldenaars | meervoud | beeldenaar |
| beeldenaartje | verkleinwoord | beeldenaar |
| beeldenaartjes | verkleinwoord meervoud | beeldenaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beeldenaar zijn vastgelegd.