staar
zelfstandig naamwoord, werkwoord starBetekenis
- oogziekte die gekenmerkt wordt door een vertroebeling van de ooglens
- oogziekte die gekenmerkt wordt door een verhoogde druk van het glasvocht
Hoe spreek je staar uit?
/star/
Staar bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — masculine
- melkvat
- spreeuw obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staartjes | verkleinwoord, meervoud |
| staren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staren
- gebiedende wijs van staren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staren
Vervoeging van staar
staarhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘oogziekte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778