klamper
zelfstandig naamwoord ˈklɑmpərBetekenis
- roofvogels die overdag jagen zoals sperwers en haviken
- wouw
Hoe spreek je klamper uit?
/ˈklɑmpər/
Klamper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming roofvogels die overdag jagen zoals sperwers, haviken en wouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klampers | meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van klampen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van klamper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klampers | meervoud | klamper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klamper zijn vastgelegd.