baar
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord barBetekenis
- een kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
- een staaf edelmetaal
- meestal in meervoud golf op zee
- in gereed geld, cash
- twee
Hoe spreek je baar uit?
/bar/
Baar bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baartje | verkleinwoord |
| baartjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| baren | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
- gebiedende wijs van baren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baren
Vervoeging van baar
baarhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] baar | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- staaf edelmetaal
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die nog weinig ervaring heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baartje | verkleinwoord |
| baartjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| baren | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [D] baar | canonical |
Woordfamilie van baar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baartje | verkleinwoord | baar |
| baartjes | verkleinwoord | baar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baar zijn vastgelegd.