gevaar
zelfstandig naamwoord /ɣəˈvar/Betekenis
- (groot) risico.
- valkuil, risico
- het voortdurende verkeer te water
Hoe spreek je gevaar uit?
/xəˈvar/
Gevaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| v | vis |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- risico.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gevaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gevaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| gevaren | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] | canonical |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘hachelijke toestand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1574
Woordfamilie van gevaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevaartje | verkleinwoord | gevaar |
| gevaartjes | verkleinwoord meervoud | gevaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gevaar zijn vastgelegd.