regelaar
zelfstandig naamwoord ˈreɣəˌlarBetekenis
- iemand die regelt
- (regeltechniek) deel van een instrument dat iets regelt
Hoe spreek je regelaar uit?
/ˈrexəˌlar/
Regelaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- deel van een instrument dat iets regelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| regelaars | meervoud |
| regelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| regelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van regelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van regelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regelaars | meervoud | regelaar |
| regelaartje | verkleinwoord | regelaar |
| regelaartjes | verkleinwoord meervoud | regelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regelaar zijn vastgelegd.