gebaar
zelfstandig naamwoord, werkwoord /xəˈbar/Betekenis
- een beweging waarmee men iets wil zeggen
- een handeling waarmee men iets wil uitdrukken
Hoe spreek je gebaar uit?
/xəˈbar/
Gebaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gebaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gebaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| gebaren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebaren
- gebiedende wijs van gebaren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebaren
Vervoeging van gebaar
gebaarhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘beweging van het lichaam’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van gebaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gebaartje | verkleinwoord | gebaar |
| gebaartjes | verkleinwoord meervoud | gebaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gebaar zijn vastgelegd.