accessoire
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /ˌɑksɛˈswar/Betekenis
- een attribuut dat als aanvulling dient
- bijkomend, bijbehorend
- accessoire
Hoe spreek je accessoire uit?
/ˌɑksɛˈswar/
Accessoire bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accessoires | meervoud |
| accessoiretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accessoiretjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van accessoir
Herkomst
uit het Frans
Woordfamilie van accessoire
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accessoires | meervoud | accessoire |
| accessoiretje | verkleinwoord | accessoire |
| accessoiretjes | verkleinwoord meervoud | accessoire |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accessoire zijn vastgelegd.