aar
zelfstandig naamwoord, werkwoord arBetekenis
- bloeiwijze van granen
- bovenste deel van de halm van gras- of graangewassen
- bescherming
Hoe spreek je aar uit?
/ar/
Aar bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aartjes | verkleinwoord, meervoud |
| aren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aren
- gebiedende wijs van aren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aren
Vervoeging van aar
aarhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bovenste deel van de halm van graangewassen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van aar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aartje | verkleinwoord | aar |
| aartjes | verkleinwoord meervoud | aar |
| aren | meervoud | aar |
| aart | woordvorm | aren |
| arende | woordvorm | aren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aar zijn vastgelegd.