ei
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel ɛiBetekenis
- dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal (zie ook 4)
- de vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting
- (planten) de haploïde cel in de zaadknop
- ovaal voorwerp met harde schaal waarin een kuikentje groeit (zie ook 1)
- uitroep van verbazing oei, o!
- nee
- niet
- (archaïsch) niet
- zij; deze/die (nominatief mannelijk meervoud van de derde persoon)
- aan/voor hem; aan/voor deze/die (datief mannelijk enkelvoud van de derde persoon)
- aan/voor haar; aan/voor deze/die (datief vrouwelijk enkelvoud van de derde persoon)
- eraan, ervoor; hieraan/hiervoor, daaraan/daarvoor (datief onzijdig enkelvoud van de derde persoon)
- hé
- een
- water
Hoe spreek je ei uit?
/ɛi/
Ei bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
zelfstandig naamwoord — neuter
- betekenissen geordend van meest gangbaar naar meest omvattend
- dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
- ovaal voorwerp met harde schaal waarin een kuikentje groeit
- min of meer ronde huls met daarin een embryo en voedingsstoffen, zoals die door vrouwelijke dieren wordt gelegd of afgezet
- haploïde cel in de zaadknop
- vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting
- een tweeklank
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ei's | enkelvoud |
| ei'tje | verkleinwoord |
| ei'tjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| eieren | enkelvoud |
| eiertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| eitje | verkleinwoord |
| eitjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ei! | canonical |
Herkomst
In de betekenis van ‘vrouwelijke geslachtscel, kiem’ aangetroffen vanaf 1230.
Woordfamilie van ei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ei's | enkelvoud | ei |
| ei'tje | verkleinwoord | ei |
| ei'tjes | verkleinwoord | ei |
| eieren | enkelvoud | ei |
| eiertjes | verkleinwoord | ei |
| eitjes | verkleinwoord | ei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ei zijn vastgelegd.