ooievaar
zelfstandig naamwoord ˈojəˌvarBetekenis
- een grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten
Hoe spreek je ooievaar uit?
/ˈojəˌvar/
Ooievaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| j | ja |
| ə | de |
| v | vis |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten, Ciconia ciconia
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ooievaars | meervoud |
| ooievaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ooievaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| ooievaren | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands odevare, in de betekenis van ‘reigerachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van ooievaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ooievaartje | verkleinwoord | ooievaar |
| ooievaartjes | verkleinwoord meervoud | ooievaar |
| ooievaren | meervoud | ooievaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ooievaar zijn vastgelegd.