bezwaar
zelfstandig naamwoord, werkwoord bə'zwarBetekenis
- bedenking
- moeilijkheid, nadeel
Hoe spreek je bezwaar uit?
/bəˈzwar/
Bezwaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezwaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bezwaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| bezwaren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezwaren
- gebiedende wijs van bezwaren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezwaren
Vervoeging van bezwaar
bezwaarhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘last, moeite’ voor het eerst aangetroffen in 1605
Woordfamilie van bezwaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezwaartje | verkleinwoord | bezwaar |
| bezwaartjes | verkleinwoord meervoud | bezwaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezwaar zijn vastgelegd.