blaar
zelfstandig naamwoord, werkwoord /blaːr/Betekenis
- onderhuidse vochtophoping
- blad (van een plant).
Hoe spreek je blaar uit?
/blar/
Blaar bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| a | maan |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| blaren | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blaren
- gebiedende wijs van blaren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blaren
Vervoeging van blaar
blaarhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘blaasachtige opzwelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van blaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blaartje | verkleinwoord | blaar |
| blaartjes | verkleinwoord meervoud | blaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blaar zijn vastgelegd.