hen
zelfstandig naamwoord, persoonlijk voornaamwoord /ɦɛn/Betekenis
- het vrouwtje van de hoenderachtige vogels
- persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud in de functie van lijdend voorwerp en na voorzetsels. Voornamelijk gebruikt om te verwijzen naar personen, soms ook naar dieren.
- (niet algemeen) persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud in de functie van onderwerp en lijdend voorwerp en na voorzetsels. Gebruikt om te kunnen verwijzen naar personen die zich als non-binair identificeren
- hebben
- kip
- vrouwelijke vogel
- (zeer) ver
- een term gebruikt als een vrouw wordt aangesproken
- (dialect) daar; op een bepaalde plek
- (dialect) daar, daarheen; daar naar toe
- tam , tamhle / támhle
- tady, tu, zde
- sem , zpět, zpátky
- oud
- hij of zij (genderneutrale vorm, derde persoon enkelvoud)
Hoe spreek je hen uit?
/hɛn/
Hen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord
- vrouwtje van hoenderachtige vogels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hennen | meervoud |
| hennetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hennetjes | verkleinwoord, meervoud |
persoonlijk voornaamwoord — person
- persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud in de functie van onderwerp en lijdend voorwerp en na voorzetsels. Gebruikt om te kunnen verwijzen naar personen die zich als non-binair identificeren
Verbuiging en vervoeging (persoonlijk voornaamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] hen | canonical |
Woordfamilie van hen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hennen | meervoud | hen |
| hennetje | verkleinwoord | hen |
| hennetjes | verkleinwoord meervoud | hen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hen zijn vastgelegd.