rozet
zelfstandig naamwoord roˈzɛtBetekenis
- ronde versiering
- rond muuranker met een haak waaraan men wat kan bevestigen
Hoe spreek je rozet uit?
/roˈzɛt/
Rozet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- ronde versiering, eventueel met onderdelen die in cirkels concentrisch zijn gerangschikt
- voedsel geserveerd als een rond hapje met een vorm die aan een roos doet denken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rozetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rozetjes | verkleinwoord, meervoud |
| rozetten | meervoud |
Herkomst
van Frans rosette
Woordfamilie van rozet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rozetje | verkleinwoord | rozet |
| rozetjes | verkleinwoord meervoud | rozet |
| rozetten | meervoud | rozet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rozet zijn vastgelegd.