lint
zelfstandig naamwoord lɪntBetekenis
- lange, smalle strook stof
Hoe spreek je lint uit?
/lɪnt/
Lint bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vaak korte strook stof in voorgeschreven patroon en kleur waaraan een onderscheiding is bevestigd Vooral het verkleinwoord lintje heeft als pars pro toto zelf ook de betekenis "onderscheiding" gekregen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| linten | meervoud |
| lintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lintjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands lint / lynd, in de betekenis van ‘band’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van lint
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| linten | meervoud | lint |
| lintje | verkleinwoord | lint |
| lintjes | verkleinwoord meervoud | lint |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lint zijn vastgelegd.