velaar
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord veˈlarBetekenis
- spraakklank die tegen het zachte gehemelte gevormd wordt
- (van spraakklanken) gevormd tegen het zachte gehemelte
Hoe spreek je velaar uit?
/veˈlar/
Velaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| l | land |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- spraakklank die met een deel van de tong tegen het zachte gehemelte gevormd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| velaren | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- gevormd met een deel van de tong tegen het zachte gehemelte
Herkomst
Via Engels velar bn van Latijn velaris (< velum, "sluier").
Woordfamilie van velaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| velaars | woordvorm | velaar |
| velare | woordvorm | velaar |
| velaren | meervoud | velaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van velaar zijn vastgelegd.