veld
zelfstandig naamwoord /vɛlt/Betekenis
- een open, onbebost, grotendeels vlak stuk land
- een stuk land dat speciaal voor het bedrijven van een veldsport gereedgemaakt is
- akker
- ruimte waarbinnen een kracht of een stelsel van krachten werkt of kan werken
- vakgebied, werkgebied
- plaats van onderzoek
- vak op een (speel)bord
Hoe spreek je veld uit?
/vɛlt/
Veld bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| l | land |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| velden | meervoud |
| veldje | verkleinwoord, enkelvoud |
| veldjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘akker, vlakte’ voor het eerst aangetroffen in 802
Woordfamilie van veld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veldje | verkleinwoord | veld |
| veldjes | verkleinwoord meervoud | veld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veld zijn vastgelegd.