scharrelaar
zelfstandig naamwoord ˈsxɑrəˌlarBetekenis
- iemand met een ongeregeld liefdesleven
- iemand met een ongeregeld werkzaam leven
- vogel uit de familie van de scharrelaars
Hoe spreek je scharrelaar uit?
/ˈsxɑrəˌlar/
Scharrelaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vogel, Coracias garrulus uit de familie van de scharrelaars Coraciidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scharrelaars | meervoud |
| scharrelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scharrelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van scharrelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van scharrelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scharrelaartje | verkleinwoord | scharrelaar |
| scharrelaartjes | verkleinwoord meervoud | scharrelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scharrelaar zijn vastgelegd.