scharrel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsxɑrəlBetekenis
- het scharrelen
- persoon met wie men een niet al te serieuze amoureuze relatie heeft
Hoe spreek je scharrel uit?
/ˈsxɑrəl/
Scharrel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scharrels | meervoud |
| scharreltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scharreltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scharrelen
- gebiedende wijs van scharrelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scharrelen
Vervoeging van scharrel
scharrelhele werkwoord
Woordfamilie van scharrel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scharrels | meervoud | scharrel |
| scharreltje | verkleinwoord | scharrel |
| scharreltjes | verkleinwoord meervoud | scharrel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scharrel zijn vastgelegd.