bezwaren
werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈzwarə(n)Betekenis
- belasten
Hoe spreek je bezwaren uit?
/bəˈzwarən/
Bezwaren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bezwaren
bezwarenhele werkwoord — bezwaardeverleden tijd enkelvoud — bezwaardenverleden tijd meervoud — bezwaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezwaar | bezwaarde |
| jij | bezwaart | bezwaarde |
| hij, zij, het | bezwaart | bezwaarde |
| wij | bezwaren | bezwaarden |
| jullie | bezwaren | bezwaarden |
| zij | bezwaren | bezwaarden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bezwaar | gebiedende wijs |
| bezwaard | verleden tijd, deelwoord |
| bezwaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezwaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bezwaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezwaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezwaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezwaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezwaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bezwaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezwaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezwaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezwaarde | verleden tijd |
| bezware | aanvoegende wijs |
| bezwarend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bezwaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bezwaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bezwaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bezwaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bezwaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bezwaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bezwaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bezwaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezwaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezwaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezwaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezwaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bezwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bezwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bezwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bezwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bezwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bezwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bezwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bezwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bezwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezwaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bezwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bezwaar
Herkomst
afgeleid van zwaar met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bezwaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezwaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezwaren |
| bezwaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezwaren |
| bezware | aanvoegende wijs | bezwaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezwaren zijn vastgelegd.