baxter
zelfstandig naamwoord /ˈbɑks.tər/Betekenis
- (Belgisch-Nederlands), vochttoediening in de bloedvaten
- (Belgisch-Nederlands), toestel waarmee vocht toegediend wordt in de bloedvaten
- (Belgisch-Frans), infuus,
Hoe spreek je baxter uit?
/ˈbɑkstər/
Baxter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als bakster.
zelfstandig naamwoord — masculine
- vochttoediening in de bloedvaten
- toestel waarmee vocht toegediend wordt in de bloedvaten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baxters | meervoud |
| baxtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baxtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Dit is een voorbeeld van antonomasie: de merknaam Baxter wordt gebruikt als soortnaam.
Woordfamilie van baxter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baxters | meervoud | baxter |
| baxtertje | verkleinwoord | baxter |
| baxtertjes | verkleinwoord meervoud | baxter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baxter zijn vastgelegd.