Naar de inhoud

bazelen

onsamenhangend en onbegrijpelijk praten

bazelen

werkwoord

Betekenis

  1. onsamenhangend en onbegrijpelijk praten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van bazelen

bazelenhele werkwoord — bazeldeverleden tijd enkelvoud — bazeldenverleden tijd meervoud — gebazeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bazel bazelde
jij bazelt bazelde
hij, zij, het bazelt bazelde
wij bazelen bazelden
jullie bazelen bazelden
zij bazelen bazelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bazel gebiedende wijs
bazelde verleden tijd
bazele aanvoegende wijs
bazelend onvoltooid, deelwoord
er is gebazeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebazeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebazeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebazeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebazeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebazeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebazeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebazeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebazeld verleden tijd, deelwoord
gebazeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebazeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebazeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebazeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebazeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebazeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebazeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebazeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebazeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebazeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebazeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bazelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebazeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bazelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bazelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebazeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bazelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bazelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebazeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘onsamenhangend spreken’ voor het eerst aangetroffen in 1793

Woordfamilie van bazelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bazel gebiedende wijs bazelen
bazelde verleden tijd bazelen
bazelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bazelen
bazele aanvoegende wijs bazelen
bazelend onvoltooid deelwoord bazelen
bazelende woordvorm bazelen
bazelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bazelen
gebazeld voltooid deelwoord bazelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bazelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bazelen

Wat betekent bazelen?
Bazelen is een werkwoord. Het woord betekent: onsamenhangend en onbegrijpelijk praten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bazelen?
Je vervoegt bazelen als volgt: de tegenwoordige tijd is bazel, de verleden tijd is bazelde en het voltooid deelwoord is gebazeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bazelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. Z 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bazelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. Z 5
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bazelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bazelen in het kort

bazelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bazelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bazelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bazelen: onsamenhangend en onbegrijpelijk praten
Deel bazelen — standaardnederlands.nl