baren
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- schreeuwen
werkwoord
- op de wereld brengen transitive
Vervoeging van baren
barenhele werkwoord — baardeverleden tijd enkelvoud — baardenverleden tijd meervoud — gebaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | baar | baarde |
| jij | baart | baarde |
| hij, zij, het | baart | baarde |
| wij | baren | baarden |
| jullie | baren | baarden |
| zij | baren | baarden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| baar | gebiedende wijs |
| baarde | verleden tijd |
| bare | aanvoegende wijs |
| barend | onvoltooid, deelwoord |
| ben gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gebaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebaard | verleden tijd, deelwoord |
| gebaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te baren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen baren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt baren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen baren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult baren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord baar
Herkomst
In de betekenis van ‘ter wereld brengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van baren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baarde | verleden tijd | baren |
| baart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | baren |
| barend | onvoltooid deelwoord | baren |
| barende | woordvorm | baren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baren zijn vastgelegd.