aard
zelfstandig naamwoord, werkwoord /aːrt/Betekenis
- wezen, natuur, karakter
- (in samenstellingen) met betrekking tot de aarde
Hoe spreek je aard uit?
/art/
Aard bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als aart.
zelfstandig naamwoord — masculine
- met betrekking tot de aarde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aarden | meervoud |
| aardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aardjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarden
- gebiedende wijs van aarden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarden
Vervoeging van aard
aardhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘akker’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1019
Woordfamilie van aard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardje | verkleinwoord | aard |
| aardjes | verkleinwoord meervoud | aard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aard zijn vastgelegd.