urinoir
zelfstandig naamwoord yriˈnwarBetekenis
- (openbare) waterplaats
- soort van bak in de onder 1 genoemde waterplaats, die aan de muur is bevestigd en bedoeld voor een individuele persoon (over het algemeen een man) om in te urineren
- urinoir
Hoe spreek je urinoir uit?
/yriˈnwar/
Urinoir bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| y | fuut |
| r | rood |
| i | riet |
| n | nek |
| w | quiz |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- waterplaats
- soort van bak in de onder [1] genoemde waterplaats, die aan de muur is bevestigd en bedoeld voor een individuele persoon (over het algemeen een man) om in te urineren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| urinoirs | meervoud |
| urinoirtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| urinoirtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘pisbak’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Woordfamilie van urinoir
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| urinoirs | meervoud | urinoir |
| urinoirtje | verkleinwoord | urinoir |
| urinoirtjes | verkleinwoord meervoud | urinoir |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van urinoir zijn vastgelegd.