uit
voorzetsel, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord œytBetekenis
- geeft aan van welke plaats iets komt.
- niet aan, stand van een apparaat.
- balsport term voor als de bal buiten de lijnen van het speelveld is geraakt.
Hoe spreek je uit uit?
/œyt/
Uit bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
voorzetsel
- geeft aan van welke tijd iets komt
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van uiten
- gebiedende wijs van uiten
Vervoeging van uit
uithele werkwoord
Herkomst
erfwoord in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 870