uitademen
werkwoord /ˈœytˌadəmən/Betekenis
- adem uitblazen
Hoe spreek je uitademen uit?
/ˈœytˌadəmən/
Uitademen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| m | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van uitademen
uitademenhele werkwoord — ademde uitverleden tijd enkelvoud — ademden uitverleden tijd meervoud — uitgeademdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | adem uit | ademde uit |
| jij | ademt uit | ademde uit |
| hij, zij, het | ademt uit | ademde uit |
| wij | ademen uit | ademden uit |
| jullie | ademen uit | ademden uit |
| zij | ademen uit | ademden uit |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adem uit | gebiedende wijs |
| ademde uit | verleden tijd |
| er is uitgeademd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgeademd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgeademd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgeademd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeademd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeademd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgeademd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgeademd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgeademd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgeademd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgeademd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgeademd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgeademd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgeademd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgeademd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgeademd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgeademd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben uitgeademd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitademen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te ademen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen ademen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal ademen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou ademen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden ademen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt ademen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen ademen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen ademen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult ademen | bijzin, toekomende tijd |
| uitadem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitademde | bijzin, verleden tijd |
| uitademden | bijzin, verleden tijd |
| uitademend | onvoltooid, deelwoord |
| uitademt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitgeademd | verleden tijd, deelwoord |
| uitgeademd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeademd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitademen | bijzin, toekomende tijd |
| zal uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitademen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) uitademen uit zou(dt) ademen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitademen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitademen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgeademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen uitademen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitademen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult uitademen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult uitademen | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgeademd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal uitademen uit zult/zal ademen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van uit en ademen
Woordfamilie van uitademen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adem uit | gebiedende wijs | uitademen |
| ademde uit | verleden tijd | uitademen |
| ademden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitademen |
| ademe uit | woordvorm | uitademen |
| ademen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitademen |
| ademt uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitademen |
| uitadem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitademen |
| uitademde | subordinate-clause, verleden tijd | uitademen |
| uitademden | subordinate-clause, verleden tijd | uitademen |
| uitademe | with-subordinate-clause | uitademen |
| uitademend | onvoltooid deelwoord | uitademen |
| uitademende | woordvorm | uitademen |
| uitademt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitademen |
| uitgeademd | voltooid deelwoord | uitademen |
| uitgeademde | woordvorm | uitademen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitademen zijn vastgelegd.