vooruit
bijwoord, tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord vorˈœytBetekenis
- in voorwaartse richting, verder, in de richting van de voorzijde
- vooraf, van tevoren.
- in voorwaartse richting strekkend
- aansporing, aanmaning om iets te gaan doen.
- de verblijven voor in het schip.
- een mechaniek die een apparaat in voorwaartse richting doet lopen
Hoe spreek je vooruit uit?
/vorˈœyt/
Vooruit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord in voorwaartse richting strekkend
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vooruit! | canonical |
Herkomst
samenstelling van voor en uit