luit
zelfstandig naamwoord, werkwoord lœytBetekenis
- een snaarinstrument met een peervormige resonantiekast en een vlak bovenblad, de hals en kop staan meestal haaks op elkaar
Hoe spreek je luit uit?
/lœyt/
Luit bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| œy | huis |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als luid.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- snaarinstrument met een peervormige resonantiekast en een vlak bovenblad, de hals en kop staan meestal haaks op elkaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luiten | meervoud |
| luitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luitjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- onderofficier in de rang tussen sergeant en kapitein informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luiten | enkelvoud |
| luits | enkelvoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luien
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luien
- gebiedende wijs meervoud van luien
Vervoeging van luit
luithele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] luit | canonical |
Woordfamilie van luit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luiten | meervoud | luit |
| luitje | verkleinwoord | luit |
| luits | enkelvoud | luit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luit zijn vastgelegd.