affuit
zelfstandig naamwoord ɑˈfœytBetekenis
- een onderstel waarop een kanon verreden kan worden
Hoe spreek je affuit uit?
/ɑˈfœyt/
Affuit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| affuiten | meervoud |
| affuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| affuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onderstel van een vuurmond’ voor het eerst aangetroffen in 1564
Woordfamilie van affuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| affuiten | meervoud | affuit |
| affuitje | verkleinwoord | affuit |
| affuitjes | verkleinwoord meervoud | affuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van affuit zijn vastgelegd.