huid
zelfstandig naamwoord hœytBetekenis
- vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt
- afgestroopt vel om bont of leer van te maken
- de buitenbekleding van een schip
Hoe spreek je huid uit?
/hœyt/
Huid bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| œy | huis |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huiden | meervoud |
| huidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Woordfamilie van huid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huidje | verkleinwoord | huid |
| huidjes | verkleinwoord meervoud | huid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huid zijn vastgelegd.