Naar de inhoud

uitbollen

geleidelijk tot stilstand komen doordat de aandrijving is beëindigd

uitbollen

werkwoord ˈœydbɔlə(n)

Betekenis

  1. geleidelijk tot stilstand komen doordat de aandrijving is beëindigd
  2. na afloop van een tijd met veel inspanningen het verder rustig aan doen
  3. op je gemak helemaal onderuit zakken
  4. doorzakken

Hoe spreek je uitbollen uit?

/ˈœydbɔlən/

Uitbollen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœydbɔlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
d dak
b bak
ɔ bot
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitbollen

uitbollenhele werkwoord — bolde uitverleden tijd enkelvoud — bolden uitverleden tijd meervoud — uitgeboldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bol uit bolde uit
jij bolt uit bolde uit
hij, zij, het bolt uit bolde uit
wij bollen uit bolden uit
jullie bollen uit bolden uit
zij bollen uit bolden uit
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bol uit gebiedende wijs
bolde uit verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn uitgebold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitbollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te bollen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen bollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal bollen bijzin, toekomende tijd
uit zou bollen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden bollen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt bollen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen bollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen bollen bijzin, toekomende tijd
uit zult bollen bijzin, toekomende tijd
uitbol bijzin, tegenwoordige tijd
uitbolde bijzin, verleden tijd
uitbolden bijzin, verleden tijd
uitbollend onvoltooid, deelwoord
uitbolt bijzin, tegenwoordige tijd
uitgebold verleden tijd, deelwoord
uitgebold te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebold zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgebold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgebold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebold voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgebold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgebold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgebold voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitbollen bijzin, toekomende tijd
zal uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgebold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgebold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitbollen bijzin, voorwaardelijk
zou uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitbollen uit zou(dt) bollen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitbollen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitbollen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgebold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitbollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitbollen bijzin, toekomende tijd
zullen uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult uitbollen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitbollen bijzin, toekomende tijd
zult uitgebold zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal uitbollen uit zult/zal bollen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en bollen ww

Woordfamilie van uitbollen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bol uit gebiedende wijs uitbollen
bolde uit verleden tijd uitbollen
bolden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitbollen
bolle uit woordvorm uitbollen
bollen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitbollen
bolt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitbollen
uitbol subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitbollen
uitbolde subordinate-clause, verleden tijd uitbollen
uitbolden subordinate-clause, verleden tijd uitbollen
uitbolle with-subordinate-clause uitbollen
uitbollend onvoltooid deelwoord uitbollen
uitbollende woordvorm uitbollen
uitbolt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitbollen
uitgebold voltooid deelwoord uitbollen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitbollen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitbollen

Hoe spreek je uitbollen uit?
De uitspraak van uitbollen is: /ˈœydbɔlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitbollen?
Uitbollen is een werkwoord. Het woord betekent: geleidelijk tot stilstand komen doordat de aandrijving is beëindigd. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitbollen?
Je vervoegt uitbollen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgebold. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitbollen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. O 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitbollen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. B 4
  5. O 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitbollen in het kort

uitbollen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitbollen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitbollen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitbollen: geleidelijk tot stilstand komen doordat de aandrijving is beëindigd
Deel uitbollen — standaardnederlands.nl