slangenkruid
zelfstandig naamwoord ˈslɑŋə(n)ˌkrœytBetekenis
- een een-, twee- of meerjarige plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) die in de duinen en op hoge zandgrond groeit en waarvan de jonge bladeren als groente gegeten kunnen worden
Hoe spreek je slangenkruid uit?
/ˈslɑŋənˌkrœyt/
Slangenkruid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| k | kat |
| r | rood |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bepaald soort een-, twee- of meerjarige plant, Echium vulgare uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae), die in de duinen en op hoge zandgrond groeit
- jonge bladeren van Echium vulgare
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slangekruid |
Herkomst
samenstelling van slang zn en kruid met het invoegsel -en- , omdat de bloem met daarin een gespleten stamper aan een slangenbek met gespleten tong doet denken
Woordfamilie van slangenkruid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slangekruid | neuter | slangenkruid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slangenkruid zijn vastgelegd.