ijdeltuit
zelfstandig naamwoord ˈɛidəlˌtœytBetekenis
- iemand met te veel aandacht en waardering voor het eigen uiterlijk
- iemand met overdreven aandacht en waardering voor het eigen imago
Hoe spreek je ijdeltuit uit?
/ˈɛidəlˌtœyt/
Ijdeltuit bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| t | tak |
| œy | huis |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijdeltuiten | meervoud |
| ijdeltuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijdeltuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijdel bn "zonder wezenlijke inhoud, met overdreven trots" en tuit zn "wufte vrouw" ; in de betekenis van ‘iemand die erg ijdel is’ voor het eerst aangetroffen in 1501
Woordfamilie van ijdeltuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijdeltuiten | meervoud | ijdeltuit |
| ijdeltuitje | verkleinwoord | ijdeltuit |
| ijdeltuitjes | verkleinwoord meervoud | ijdeltuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijdeltuit zijn vastgelegd.