Naar de inhoud

uitblazen

(weer) bijkomen, op adem komen, uitrusten

uitblazen

werkwoord ˈœydblazə(n)

Betekenis

  1. (weer) bijkomen, op adem komen, uitrusten
  2. door blazen doven /uitmaken
  3. (adem, lucht, rook e.a.) naar buiten blazen
  4. door blazen leegmaken, schoonmaken of zuiveren
  5. (glasblazerij) glas door blazen zijn definitieve vorm geven
  6. een muziekstuk ten einde blazen
  7. rekeningen of onkosten betalen
  8. leegdrinken
  9. leegschieten
  10. ten einde blazen

Hoe spreek je uitblazen uit?

/ˈœydblazən/

Uitblazen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœydblazən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
d dak
b bak
l land
a maan
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. bijkomen, op adem komen, uitrusten figuratively, unergative
  2. naar buiten blazen transitive
  3. glas door blazen zijn definitieve vorm geven transitive

Vervoeging van uitblazen

uitblazenhele werkwoord — blies uitverleden tijd enkelvoud — bliezen uitverleden tijd meervoud — uitgeblazenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blaas uit blies uit
jij blaast uit blies uit
hij, zij, het blaast uit blies uit
wij blazen uit bliezen uit
jullie blazen uit bliezen uit
zij blazen uit bliezen uit
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
blaas uit gebiedende wijs
blies uit verleden tijd
er is uitgeblazen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgeblazen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgeblazen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgeblazen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgeblazen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgeblazen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgeblazen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgeblazen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgeblazen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgeblazen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitblazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te blazen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen blazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal blazen bijzin, toekomende tijd
uit zou blazen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden blazen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt blazen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen blazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen blazen bijzin, toekomende tijd
uit zult blazen bijzin, toekomende tijd
uitblaas bijzin, tegenwoordige tijd
uitblaast bijzin, tegenwoordige tijd
uitblazend onvoltooid, deelwoord
uitblies bijzin, verleden tijd
uitbliest bijzin, verleden tijd
uitbliezen bijzin, verleden tijd
uitgeblazen verleden tijd, deelwoord
uitgeblazen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgeblazen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgeblazen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeblazen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeblazen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeblazen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgeblazen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgeblazen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgeblazen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgeblazen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitblazen bijzin, toekomende tijd
zal uitgeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitblazen bijzin, voorwaardelijk
zou uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitblazen uit zou(dt) blazen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitblazen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitblazen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitblazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitblazen bijzin, toekomende tijd
zullen uitgeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en blazen ww

Woordfamilie van uitblazen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blaas uit gebiedende wijs uitblazen
blaast uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitblazen
blaze uit woordvorm uitblazen
blazen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitblazen
blies uit verleden tijd uitblazen
bliezen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitblazen
uitblaas subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitblazen
uitblaast subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitblazen
uitblaze with-subordinate-clause uitblazen
uitblazend onvoltooid deelwoord uitblazen
uitblazende woordvorm uitblazen
uitblies subordinate-clause, verleden tijd uitblazen
uitbliezen subordinate-clause, verleden tijd uitblazen
uitgeblazen voltooid deelwoord uitblazen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitblazen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitblazen

Hoe spreek je uitblazen uit?
De uitspraak van uitblazen is: /ˈœydblazə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitblazen?
Uitblazen is een werkwoord. Het woord betekent: (weer) bijkomen, op adem komen, uitrusten. Deze pagina beschrijft 13 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitblazen?
Je vervoegt uitblazen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgeblazen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitblazen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitblazen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. B 4
  5. L 3
  6. A 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitblazen in het kort

uitblazen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 13 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitblazen zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitblazen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitblazen: (weer) bijkomen, op adem komen, uitrusten
Deel uitblazen — standaardnederlands.nl