schavuit
zelfstandig naamwoord sxaˈvœytBetekenis
- een persoon die kwaad bedrijft
Hoe spreek je schavuit uit?
/sxaˈvœyt/
Schavuit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| v | vis |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een persoon die kwaad bedrijft of in de zin heeft pejorative
- ondeugend iemand, m.n. een kind
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schavuiten | meervoud |
| schavuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schavuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘schelm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van schavuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schavuiten | meervoud | schavuit |
| schavuitje | verkleinwoord | schavuit |
| schavuitjes | verkleinwoord meervoud | schavuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schavuit zijn vastgelegd.