kajuit
zelfstandig naamwoord kaˈjœytBetekenis
- een gemeenschappelijke verblijfplaats op schepen
Hoe spreek je kajuit uit?
/kaˈjœyt/
Kajuit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| j | ja |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- overdekte gemeenschappelijke verblijfplaats op schepen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kajuiten | meervoud |
| kajuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kajuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands kayhute, in de betekenis van ‘passagiersverblijf op boten’ als laatste deel van voorkayhute aangetroffen vanaf 1455; de verdere herkomst is onzeker
Woordfamilie van kajuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kajuiten | meervoud | kajuit |
| kajuitje | verkleinwoord | kajuit |
| kajuitjes | verkleinwoord meervoud | kajuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kajuit zijn vastgelegd.