uitbijten
werkwoordBetekenis
- door een bijtende stof aantasten
- door te bijten (met tanden) wegnemen uit
- vrijmaken door het hakken van bijten (in het ijs)
Vervoeging van uitbijten
uitbijtenhele werkwoord — uitgebetenvoltooid deelwoord
Alle 4 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beet uit | verleden tijd |
| bijtte uit | verleden tijd |
| uitgebeten | verleden tijd, deelwoord |
| uitgebijt | verleden tijd, deelwoord |
Herkomst
samenstelling van uit en bijten
Woordfamilie van uitbijten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beet uit | verleden tijd | uitbijten |
| beten uit | woordvorm | uitbijten |
| bijt uit | woordvorm | uitbijten |
| bijte uit | woordvorm | uitbijten |
| bijten uit | woordvorm | uitbijten |
| bijtte uit | verleden tijd | uitbijten |
| bijtten uit | woordvorm | uitbijten |
| uitbeet | with-subordinate-clause | uitbijten |
| uitbeten | with-subordinate-clause | uitbijten |
| uitbijt | with-subordinate-clause | uitbijten |
| uitbijte | with-subordinate-clause | uitbijten |
| uitbijtend | woordvorm | uitbijten |
| uitbijtende | woordvorm | uitbijten |
| uitbijtte | with-subordinate-clause | uitbijten |
| uitbijtten | with-subordinate-clause | uitbijten |
| uitgebeten | voltooid deelwoord | uitbijten |
| uitgebijt | voltooid deelwoord | uitbijten |
| uitgebijte | woordvorm | uitbijten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitbijten zijn vastgelegd.