beschuit
zelfstandig naamwoord /bə'sxœyt/Betekenis
- een licht, tweemaal gebakken baksel van tarwe
Hoe spreek je beschuit uit?
/bəˈsxœyt/
Beschuit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| x | acht |
| œy | huis |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beschuiten | meervoud |
| beschuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beschuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘baksel’ voor het eerst aangetroffen in 1343
Woordfamilie van beschuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beschuiten | meervoud | beschuit |
| beschuitje | verkleinwoord | beschuit |
| beschuitjes | verkleinwoord meervoud | beschuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschuit zijn vastgelegd.